Al een reeks van jaren staat in Nederland de arbeidsmarkt en daarmee ook de arbeidsproductiviteit onder druk. Weliswaar is Nederland wereldwijd een van de landen met de hoogste arbeidsproductiviteit, maar de terugval is in Nederland groter dan in andere landen. Wim Kooyman, directeur Smart WorkPlace, neemt je daarin mee.
Foto: Modern Times 1936
Het afvlakken van de arbeidsmarkt en daarmee van de arbeidsproductiviteit kan een serieuze bedreiging vormen voor de economische groei en daarmee voor de hoge welvaart. Om dit probleem aan te pakken heeft de overheid de Productiviteitsgraad opgericht. Dit nieuwe adviescollege moet het kabinet jaarlijks voorzien van aanbevelingen om de arbeidsproductiviteit te verbeteren.
Vrijdag 10 juli werd bekend gemaakt dat Pauline van der Meer, oud-rector van de Erasmus Universiteit, voorzitter wordt. Tot deze raad zijn verder toegetreden Barbara Baarsma, Bart van Ark, Laura van Geest en Harry van de Kraats.
BNW Index 2026
De ontwikkelingen op de arbeidsmarkt komen uitvoerig aan bod in het jongste rapport van de Benchmark van de Nederlandse Werkomgeving (kortweg BNW Index) dat in mei tijdens de WorkPlace Xperience werd gepresenteerd. De BNW Index – samengesteld en gepubliceerd door YNNO en Smart WorkPlace – benadrukt dat de productiviteit anno 2026 onder andere onder druk staat door toegenomen digitalisering en minder autonomie voor medewerkers. De zoektocht naar een hogere arbeidsproductiviteit leidt tot structurele frictie tussen de vraag naar wendbaarheid, kostenbesparing en de behoefte aan menselijk welzijn.
De BNW Index 2026 laat daarnaast zien dat structurele arbeidsmarktfactoren de veranderingen verder versnellen. Vergrijzing, deeltijdwerk, baanmobiliteit onder jongere generaties en de opkomst van combinatiebanen zorgen voor een steeds krapper en dynamischer speelveld. Organisaties worden daardoor gedwongen breder te kijken naar talent, onder meer via een skillsgerichte benadering, waarin ervaring en vaardigheden belangrijker worden dan diploma’s en functietitels.
Naast efficiëntie en technologie groeit ook de zorg over mentale belasting. De BNW Index signaleert een toenemende druk op werknemers, met stijgende stress- en verzuimcijfers en een beperkte herstelcapaciteit. In een steeds snellere en meer veeleisende werkomgeving groeit daarmee de behoefte aan autonomie, duidelijke kaders en ruimte voor herstel. Flexibele werkvormen en meer regie over werktijd worden daarbij steeds vaker genoemd als belangrijke oplossingsrichtingen.
Modern Times
Kunnen we bij het aanpakken van deze vraagstukken leren van de lessen uit het verleden? In 1914 verdubbelde Henry Ford in Amerika het gebruikelijke arbeidersloon van 2,5 dollar naar 5 dollar en voerde hij de achturige werkdag in. Ford begreep dat voor een bloeiende industrie de welvaart van de medewerkers noodzakelijk was. De industrialisatie was in volle gang. De techniek had de fabricage in hoge producties mogelijk gemaakt. Tegelijk had dit proces ook een keerzijde. In de hilarische slapstick Modern Times (1936) hekelde Charlie Chaplin deze arbeidsproductiviteit. Hoewel de wereld van 2026 sterk verschilt met die van honderd jaar geleden, blijft de boodschap van Modern Times verrassend actueel.
De film laat zien dat een eenzijdige focus op productiviteit ten koste kan gaan van menselijkheid, motivatie en kwaliteit. Een aantal lessen uit het verleden zijn daarom nog steeds relevant:
- Technologie moet de mens ondersteunen, niet andersom. In Modern Times moet de arbeider zich aanpassen aan de machine. In 2026 speelt een vergelijkbare vraag rond AI en automatisering: zijn systemen er om mensen beter te laten werken, of moeten mensen zich voortdurend aanpassen aan technologie?
- Meer snelheid is niet altijd meer productiviteit. Chaplin laat zien dat steeds hogere werkdruk leidt tot fouten en uitval. Ook nu blijkt dat burn-out, stress en hoog ziekteverzuim de arbeidsproductiviteit juist kunnen verminderen.
- Betrokkenheid is een productfactor. Mensen die autonomie, waardering en ruimte voor vakmanschap ervaren, presteren vaak beter dan werknemers die uitsluitend op efficiëntie worden aangestuurd.
- Innovatie zit niet alleen in techniek. De grootste winst komt vaak uit betere samenwerking, slimmer organiseren en het wegnemen van onnodige bureaucratie. Dat geldt zeker voor kenniswerk.
Voor Nederland in 2026 betekent dit dat de oplossing voor de stagnerende arbeidsproductiviteit waarschijnlijk niet alleen ligt in méér automatisering of harder werken, maar in een combinatie van slim gebruik van AI, investeren in vaardigheden, verminderen van administratieve lasten, betere werkprocessen en aandacht voor welzijn in duurzame inzetbaarheid.
De kernboodschap van Modern Times is daarom nog steeds relevant: de hoogste productiviteit ontstaat niet wanneer mensen als machines worden behandeld, maar wanneer technologie en organisatie zo worden ingericht dat mensen hun werk goed, gezond en met plezier kunnen doen. Dat is misschien wel de belangrijkste les die we uit het verleden kunnen meenemen naar de arbeidsproductiviteit van 2026.
Herdefinitie
De BNW Index 2026 maakt duidelijk dat dit jaar in het teken staat van het expliciet maken van keuzes rond werk, kantoor en samenwerking. Waar hybride werken inmiddels breed is ingebed, ontstaat een nieuwe fase, waarin organisaties duidelijker moeten definiëren wat zij verwachten van aanwezigheid, samenwerking en prestaties. Daarmee laat de Benchmark vooral één beweging zien: werk is niet langer in transitie, maar in permanente herdefinitie. Organisaties die hierin balans weten te vinden tussen efficiëntie, menselijkheid en wendbaarheid, bouwen volgens het rapport aan toekomstbestendig werk. Aan de Productiviteitsraad om hiermee aan de slag te gaan!
Nieuwsgierig naar de toekomst van de werkomgeving? Download de BNW Index 2026.










